Column: Weg met desinformatie, maak tijd voor nieuwswijsheid

Op dinsdag 18 april 2023 organiseerden de KB, Beeld & Geluid en de Haagse Hogeschool samen met hun internationale partners het afsluitend congres van het SMILES-project. SMILES is een Europees mediawijsheidsproject dat jongeren helpt om nepnieuws te bestrijden. Tijdens het congres nam ik deel aan het panelgesprek in de middag. Dat leidde ik in met onderstaande column.

Cartoon van Erik van Tuijn / Blijstift: Weg met desinformatie, maak tijd voor nieuwswijsheid
Cartoon van Erik van Tuijn / Blijstift, onderdeel van het live tekenverslag van het congres.
Geplaatst met toestemmin
g van Smiles

Inleiding

Toen ik als docent Nederlands een paar jaar geleden mijn lessen voorbereidde, zocht ik veel bronmateriaal in het nieuws. Uiteraard, zou ik bijna zeggen; ik vraag me nog steeds af waarom niet alle docenten Nederlands – of überhaupt alle docenten – dit doen. Daar kom ik zo op terug.
In mijn zoektochten naar geschikte teksten kwam ik geregeld koppen tegen die je op twee manieren kunt interpreteren. Die koppen ging ik verzamelen op mijn blog De Dingen De Baas (en later Verzameldezinnen.nl), en op social media, onder vermelding van de hashtag #2xLezen.
Ik gebruikte zulke koppen geregeld tijdens lessen om het belang van taalvaardigheid aan te tonen, en specifiek het belang van de juiste woordkeuze in relatie tot de context. Een favoriet voorbeeld: Willem Alexander komt aan bij het ontbijt voor de Koningsspelen. Of deze, enigszins luguber: ANWB wil halvering aantal verkeersslachtoffers. Of, misschien wat meer van toepassing in de context van een bijeenkomst over nieuws- en mediawijsheid: Mediabedrijf Sanoma verkoopt 19 tijdschriften.

Net zo kun je de titel van deze column op twee manieren interpreteren. Enerzijds doel ik op de – wellicht ijdele – hoop dat we ooit in staat zullen zijn het fenomeen desinformatie uit te bannen. Anderzijds op mijn eigen wens, en die van de organisatoren van deze dag – om desinformatie als educatief aandachtsgebied los te laten. Daar heb ik in ieder geval twee redenen voor:

Ten eerste, het ‘bestrijden van desinformatie’ heeft een negatieve klank. We willen iets niet, namelijk desinformatie. Terwijl veel constructiever is om te focussen op wat we wel willen. Wat dat iets is? Goede maatschappelijke informatievoorziening, goede journalistiek dus.
Ik heb als docent geleerd dat negatieve instructies vaak in tegengestelde richting opgevolgd worden. Als ik zei ‘Doe dit niet’, of ‘Vergeet niet …’ – dan deden mijn studenten dit juist, of vergaten ze wel. Slimmer is het om in instructies te focussen op gewenst gedrag, en om de kennis en vaardigheden aan te leren die daarvoor nodig zijn. Ofwel: laten we liever (ook) betrouwbare journalistiek leren herkennen en waarderen.

Ten tweede: alles wat je aandacht geeft, groeit. En dus: als we veel aandacht schenken aan desinformatie, dan zal die een steeds groter deel van de dagelijkse gesprekken opslokken en dan gaan we ons daar meer zorgen om maken. We moeten het minder hebben over de zaken die sommigen aan ons willen opdringen, en veel meer over wat we echt moeten weten, en waar we ons echt druk om moeten maken. Laten we onze energie steken in nieuwswijs, of nieuwswijzer, worden.

Nu zullen de meeste mensen bij die term wel een bepaalde voorstelling hebben. Het zal iets zijn met feitelijke van valse informatie onderscheiden, bronnen checken, misschien ook digitale geletterdheid. Er zijn vast mensen die ook denken aan de processen waarbinnen nieuws tot stand komt en via allerlei kanalen wordt verspreid (en de commerciële belangen die nieuwsbedrijven hebben). Maar wat mij betreft is het nog iets breder.

Wat is nieuwswijsheid?

Om dit toe te lichten, neem ik jullie even mee in de ontwikkeling van de website www.nieuwswijsheid.nl.
Een aantal jaar geleden onderzocht ik bij het lectoraat Media & Civil Society van de Hogeschool Windesheim de relatie tussen journalistiek en samenleving. Ik formuleerde toen de volgende definitie van nieuwswijsheid: ‘Het actief, kritisch en bewust gebruiken en beoordelen van nieuwsinhouden en -processen en reflecteren op de eigen rol als gebruiker van nieuws.’
Daar was ik toen best tevreden mee, en ik had het ook aardig onderbouwd. Maar na verloop van tijd ging knagen dat die definitie niet echt recht doet aan het tweede deel van de samenstelling: wijsheid. Gebruiken, beoordelen en reflecteren zijn vooral vaardigheden, terwijl wijsheid duidt op een grondhouding en op kennis. Daarnaast zegt de definitie niets over de innerlijke tegenstrijdigheid van de vluchtigheid van nieuws enerzijds, en anderzijds het zorgvuldige, langdurige diepe denken dat wijsheid vraagt.
En belangrijker: mensen die ‘kritische vragen stellen’, ‘zelf onderzoek doen’ en als gevolg daarvan complottheorieën gaan aanhangen of nepnieuws of desinformatie gaan verspreiden, zouden kunnen beweren dat zij ook ‘actief, kritisch en bewust nieuwsinhouden gebruiken en beoordelen.’ Maar wie dat zo doet, is in mijn optiek hoogstens nieuwsslim, of nieuwssluw – en zeker niet nieuwswijs. Wijsheid is namelijk niet neutraal. Wijsheid gaat over (het vermogen) het goede (te) doen. Over de vraag hoe je het zelf goed kunt hebben én goed kunt samenleven met anderen, die je het óók gunt om het goed te hebben. Wijsheid is een deugd.

Daarom formuleerde ik vorig jaar een nieuwe definitie: ‘Nieuwswijsheid is je grondig, zelfkritisch en sociaal informeren over wat speelt en constructief bijdragen aan informatie-uitwisseling en de samenleving.’
Anders gezegd: wie nieuwswijs is, wil zich goed informeren over wat speelt, zodat die kan bijdragen aan een betere samenleving. Dat betekent: geen mensen uitsluiten, niet de democratie ondermijnen, geen desinformatie verspreiden. Pardon, ik wilde het positief formuleren: bewust je best doen om goed samen te leven met mensen, ook als die anders zijn dan jijzelf. Het gaat dus eigenlijk niet eens altijd of alleen maar om nieuws, maar veel eerder om hoe wij zelf kijken naar de wereld, en hoe we die willen zien, en daarvoor mede verantwoordelijkheid nemen.

Een vraag die zich opdringt is: hoe worden we nieuwswijs, of nieuwswijzer? En vooral ook: hoe helpen wij, professionals, jonge burgers nieuwswijzer te worden?
De verleiding is groot om bepaalde workshopprogramma’s aan te bevelen, of lessuggesties aan te reiken. Lees- en kijktips om je in de materie te verdiepen. Of meer in het algemeen om te adviseren dat je je breed informeert, door verschillende bronnen naast elkaar te gebruiken, en deze kritisch te beoordelen. Sterker, dit doe ik allemaal ook op nieuwswijsheid.nl.
Maar het belangrijkste advies dat ik kan geven is dit: besef dat nieuwswijs worden tijd en moeite kost, maar ook dat het die tijd en moeite meer dan waard is.

Als je al die suggesties allemaal een keer zou opvolgen, dan heb je een aardig begin gemaakt. Maar het is wel pas een begin. De uitdaging zit ‘m in het je veelvuldig, gevarieerd en grondig informeren. En, gek genoeg misschien, juist ook in afstand nemen van het nieuws.
In navolging van de cognitief psychologen en onderwijskundigen Hertwig, Kozyreva, Wineburg en Lewandowsky adviseer ik dat we leren informatie kritisch te negeren. Zij gaan daarmee een stap verder dan het advies om kritisch te denken. Kritisch denken doe je als je nieuw binnenkomende informatie toetst aan wat je al over een onderwerp weet. Overigens, dat betekent dus dat kritisch denken nooit zomaar als afzonderlijke vaardigheid kan worden aangeleerd, zoals sommigen wel beweren. Het gaat er juist om dat je beschikt over veel kennis zodat je in staat bent om wat je in je brein hebt opgeslagen op basis van die nieuwe informatie te bevestigen, aan te passen of aan te vullen.
Kritisch negeren is de kunst om – ook weer op basis van kennis die je al hebt – te schiften en bewust te kiezen welke informatie jouw aandacht wel en welke die niet waard is.
Daarmee zeg ik niet dat we nieuwsmijders moeten worden. Wel dat van belang is om te leren bewust en geïnformeerd te selecteren welke informatie we hoe tot ons nemen.

Wie kan wat doen?

En daar nu, ligt een taak voor ons allemaal. Want dit is niet iets wat jonge mensen zichzelf kunnen aanleren. Niet wetend wat ze nog niet weten, weten ze ook niet over welke kennis ze moeten beschikken om nieuw binnenkomende informatie te kunnen duiden of negeren. Hoe kunnen jullie ze daar als intermediairs bij helpen?

  • Ik begin bij de leraren in de zaal. Ik noemde het aan het begin al: het herhaaldelijk bespreken van het nieuws en de berichtgeving daarover is een ideale activiteit voor het vak Nederlands. Speel een bronnenbingo, leg het vergrootglas op frames in de berichtgeving en vergelijk argumenten in columns over dezelfde thema’s. En doe dit liefst vaak.
    Maar ook in de zaak- of beroepsvakken is de actualiteit een dankbare kapstok. Ben je docent biologie? Laat je leerlingen beweringen over de stikstofcrisis vergelijken met de lesstof over de stikstofkringloop. Docent wiskunde? Laat je leerlingen een infographic ontcijferen of juist maken. Ik hoor je denken: in welke tijd moet ik dat doen, of wat moet ik ervoor laten? Geschikte teksten of reportages zoeken is zeker tijdrovend. Maar denk aan de opbrengst: het vergroot voor je leerlingen of studenten de relevantie van jouw vak. Daarnaast: ik hoor vaak zeggen dat het onderwijs kinderen moet voorbereiden op de toekomst. Dat is een heel ongelukkig frame, als je het mij vraagt. Zeker, dat moeten we doen, maar niet alleen maar. Gebruik de tijd die je hebt in het onderwijs ook om samen grip te krijgen op de wereld zoals die nu is, en hoe dat zo is gekomen. Dan weten ze ook beter wat ze later wel – en niet– moeten doen.
  • Dan de bibliothecarissen. Wat een prachtfunctie is dat. Jullie doen zoveel meer dan boeken uitlenen en innemen. Jullie verzamelen en ontsluiten kennis. En hebben een uitermate belangrijke sociale opdracht. Als vrijwilliger bij de lokale vestiging in mijn woonplaats weet ik hoe belangrijk de educatieve en ontmoetingsfunctie van de bieb is. In samenwerking met scholen kun je de broodnodige achtergrondkennis aanreiken zodat leerlingen zich kunnen verdiepen en actuele informatie daaraan kunnen toetsen. Dat vraagt wel enige flexibiliteit, maar ook hier geldt: je hoeft niet achter elk nieuwsfeit aan te rennen. Negeer kritisch en selecteer bewust die onderwerpen die al langer spelen en nog steeds belangrijk zijn. Pas wel op voor de valkuil dat je zogenaamde ‘jongerenonderwerpen’ kiest. Durf gerust algemene onderwerpen te selecteren – zolang je maar de relevantie ervan kunt aantonen, omdat die de levens raken van hun ouders of grootouders, hun omgevingen, of zelfs die van henzelf.
  • Ten slotte de journalisten. Voor jullie heb ik de minst makkelijke boodschap. Journalistiek heet ook wel een pijler van de democratie te zijn. De laatste jaren ben ik dat iets anders gaan zien. Goede journalistiek is een pijler van democratie. Goede, als in gericht op het versterken van de samenleving, en dus ook de minderheden die minder gehoord worden en kwetsbaar zijn. Maar tegenwoordig zagen aardig wat actualiteitenredacties (ik denk bijvoorbeeld aan de talkshows op tv) aan de poten van hun eigen stoelen, en daarmee aan die van onze samenleving. Dat doen ze door voortdurend een platform te bieden aan populisten die de democratie en de persvrijheid stevig ondermijnen.
    Journalisten, jullie kunnen je publiek nieuwswijzer maken door zelf wijs te zijn: bied in plaats van aan de schreeuwers aan die mensen een podium die minder makkelijk de aandacht op zich weten te vestigen, maar die die des te meer verdienen. Waarom meepraten met het dominante gezichtspunt, als je ook kunt kiezen voor uitleg, nuance en andere perspectieven?

Dat woord perspectieven, dat kun je, zeker in deze context, ook twee keer lezen. Ik zie in ieder geval volop perspectief voor (jonge) burgers nu de organisaties achter het SMILES-project nieuwswijsheid omarmen en op de kaart willen zetten. Weg met desinformatie, maak tijd voor nieuwswijsheid!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *