
De maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste tijd baren mij grote zorgen. De doorgeslagen individualisering, uitmondend in een enorme aanhang voor politieke bewegingen die de democratie willen ondermijnen en medeburgers onderdrukken, de klimaatcrisis, de snelle opkomst van AI – waarvan alle ‘geweldige mogelijkheden’ ons stevig afleiden van de vele en grote problematische kanten, en ga nog maar even door.
De journalistieke berichtgeving erover stemt mij zo mogelijk droeviger. Die wakkert vaker eerder het vuur aan door vooral de extreme standpunten uit te lichten en uit te vergroten. Ik wil niet afhaken, wil geen nieuwsmijder worden – want ik blijf belangrijk vinden om te weten wat speelt, me te informeren voordat ik een mening vorm. Maar de laatste tijd laat ik bepaalde nieuwsmedia, die voorheen een vaste gang in mijn nieuwsmenu vormden, voor wat ze zijn en zoek ik naar voorbeelden van goede journalistiek.
Wat goede journalistiek is? Journalistiek die echt is gericht op de samenleving (en dus niet op abonnee-aantallen, kijkcijfers, clicks of advertenties), journalistiek die niet blijft hangen bij het bevragen van schuldigen en duiden achteraf, maar die op zoek gaat naar oplossingen voor een betere toekomst. Journalistiek die geen platform biedt aan extremen die uit zijn op conflict, maar die een stem geeft aan mensen die denken in termen van mogelijkheden en zich daarvoor inzetten. Kortom, constructieve journalistiek.
Ik las een publicatie uit 2015, waarin de Deense journaliste en onderzoeker Cathrine Gyldensted uiteenzet wat constructieve journalistiek inhoudt en waarin ze ook mooie praktijkvoorbeelden deelt. Zie mijn bespreking daarvan op Verzamelde zinnen.